Terug naar hoofdinhoud

Export Nederlandse fietsen in 7 jaar meer dan verdubbeld

In 7 jaar tijd is de Nederlandse export van fietsen naar het buitenland meer dan verdubbeld. De totale exportwaarde van de sector groeide van € 1,1 miljard in 2015 naar € 2,37 miljard in 2022. Deze en andere bevindingen staan in het rapport Internationaal verdienpotentieel Nederlandse fietsensector van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Economische kansen voor ondernemers

Deze fietsen worden vooral geëxporteerd naar de Europese Unie. In totaal is er in Nederland voor € 3,24 miljard aan fietsen gemaakt in 2022. Internationaal is Nederland een voorbeeld voor het gebruik van de fiets als een duurzaam en gezond vervoermiddel. Dit geeft veel economische kansen voor ondernemers. Het rapport brengt deze kansen in kaart.

E-bikes bijna 80% van omzet

Opvallend is verder het grote aandeel e-bikes, goed voor 56% van de Nederlandse markt en bijna 80% van de hele omzet. De gemiddelde prijs van een nieuwe fiets steeg in 2023 met 24% naar € 1.815. Een nog sterkere stijging was er voor e-bikes naar gemiddeld € 2.574. 

Naast fysieke producten zoals fietsen, is fietsinfrastructuur en ook -kennis een exportproduct van de Nederlandse fietsensector. Zo zijn er verschillende projecten die kennis van Nederlandse bodem exporteren naar andere EU-landen. 

Vernieuwende concepten

Nederland brengt veel vernieuwende concepten voort. Voorbeelden zijn Swapfiets, Lease-a-bike en OV-fiets. Met een exportgroep als onderdeel van het International Clean Energy Partnership (ICEP), handelsmissies en internationale netwerken ondersteunt RVO de fietsensector. 

Rapport

Lees het rapport onderaan de fietsenpagina van RVO.

Lees meer …Export Nederlandse fietsen in 7 jaar meer dan verdubbeld

  • Raadplegingen: 22

Subsidiepot voor verduurzamen binnenvaartschepen op eerste dag al leeg

De subsidiepot voor de regeling Verduurzaming Binnenvaartschepen raakte op de eerste dag al leeg. Op donderdag 4 juli ging de subsidie open voor aanvragen. Die dag kwamen er meer dan 200 aanvragen binnen.  

Loting
Er komt een loting voor iedereen die op 4 juli de Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen (SRVB) aanvroeg. Na loting door een notaris beoordeelt RVO de aanvragen op volgorde van de lotingsuitslag. Formeel kunnen partijen nog een aanvraag indienen. Aanvragers moeten er wel rekening mee houden dat de kans relatief klein is dat ze nog in aanmerking komen voor subsidie.  

Luchtkwaliteit verbeteren

Het doel van deze regeling is om de luchtkwaliteit te verbeteren en de uitstoot van CO2 en stikstof terug te dringen. Dit kan door oudere motoren te vervangen door stage-V motoren of door een SCR-katalysator aan te schaffen en te installeren op de bestaande motor. Dit jaar was er € 12.9 miljoen beschikbaar. In 2025 opent de regeling opnieuw in dezelfde vorm en met hetzelfde budget als in 2024.

Meer weten?

Subsidieregeling Verduurzaming Binnenvaartschepen

Lees meer …Subsidiepot voor verduurzamen binnenvaartschepen op eerste dag al leeg

  • Raadplegingen: 16

Klein deel bedrijven volledig klimaatneutraal

Ongeveer 1,5 procent van de bedrijven is volledig klimaatneutraal. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe vragen in de conjunctuurenquête. Deze enquête wordt gehouden onder bedrijven met vijf of meer werkzame personen in de industrie, auto- en detailhandel en de dienstverlening.

De landen in de Europese Unie willen in 2050 klimaatneutraal zijn. Bedrijven moeten dan geen broeikasgassen uitstoten of de uitstoot moet worden gecompenseerd. Een relatief klein deel van de bedrijven (ongeveer 1,5 procent) is op dit moment volledig klimaatneutraal. 26 procent van de bedrijven is in kleine of zeer kleine mate klimaatneutraal. Bijna 37 procent van de bedrijven in Nederland weet nu niet hoe klimaatneutraal ze is. Grotere bedrijven geven vaker dan kleinere bedrijven aan dat ze in enige mate klimaatneutraal zijn.

Meeste bedrijven verwachten dit jaar te investeren in verduurzaming

Om klimaatneutraal te worden verwacht 68 procent van de bedrijven dit jaar te investeren in verduurzaming. Ook hier geven grote bedrijven dit vaker aan dan kleinere. De belangrijkste investeringsdoelen zijn volgens de bedrijven efficiënter omgaan met energie of energie besparen en circulaire productie. Investeringen in waterbesparing worden het minst vaak genoemd. In de horeca verwachten bedrijven wel vaker dan andere bedrijfstakken in waterbesparing te investeren. In vervoer en opslag is het verminderen van uitstoot een belangrijk investeringsdoel. 

Per saldo meer investeringen verwacht dan vorig jaar

Per saldo verwachten bedrijven dat ze dit jaar meer zullen investeren in het klimaatneutraal maken van hun bedrijf dan vorig jaar. Ook verwachten bedrijven dat ze dit jaar meer zullen besteden aan duurzame inkoop dan vorig jaar. Vooral het grootbedrijf (bedrijven met 250 of meer werkzame personen) verwacht dit jaar per saldo een toename in zowel de investeringen als in de waarde van duurzame inkoop.

Kosten duurzame alternatieven vormen belangrijke belemmering 

Drie kwart van de bedrijven ervaart geen belemmeringen om het bedrijf klimaatneutraal te maken, een kwart ervaart wel belemmeringen. De belangrijkste belemmeringen zijn de hogere kosten van duurzamere alternatieven en onzekerheid over de economie of het beleid. Beperkte toegang tot financiële middelen noemt de horeca vaker dan andere bedrijfstakken als belemmering. Ze hebben te weinig eigen geld of vinden niet makkelijk financiering voor het verduurzamen van hun bedrijf. Onder andere de industrie, vervoer en opslag en verhuur en handel in onroerend goed, noemen vaker dan in andere bedrijfstakken beperkingen in het energienetwerk als belemmering. Ze moeten bijvoorbeeld wachten op een stroomaansluiting doordat het elektriciteitsnet vol is, of ze hebben nog geen toegang tot een waterstofnetwerk.

Bron: cbs.nl

Lees meer …Klein deel bedrijven volledig klimaatneutraal

  • Raadplegingen: 26

Nieuwe richtlijn voor veilig omgaan met waterstofdragers

We importeren steeds meer waterstof om aan de toekomstige vraag van bedrijven te voldoen. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werkte daarom samen met verschillende ministeries aan nieuwe veiligheidskaders voor waterstofdragers. Waterstofdragers zijn verbindingen van waterstof aan andere stoffen, zoals stikstof of koolstof. Deze dragers zijn makkelijker te vervoeren dan pure waterstof. Het is belangrijk dat dit veilig gebeurt. De nieuwe richtlijn (richtsnoer) gaat specifiek in op de import van waterstof.

Steeds meer import van waterstof

Het importeren van waterstof is nodig, omdat de eigen productie van waterstof in Noordwest-Europa in de toekomst niet aan de vraag van bedrijven kan voldoen. Door de toename van waterstofimport gebruiken bedrijven waarschijnlijk steeds vaker waterstofdragers. De stoffen die hierdoor ontstaan, hebben elk verschillende eigenschappen die risico’s met zich meebrengen. De import van waterstof levert daarom naar verwachting een toename van gevaarlijke stoffen op, bijvoorbeeld in de transport.

Aandacht voor vervoeren van waterstof

Voor sommige stoffen, zoals ammoniak, bestaat al beleid. De Rijksoverheid bekijkt dit beleid kritisch en zorgt dat het past bij de ontwikkelingen van deze tijd. Het nieuwe richtsnoer loopt daar nog niet te ver op vooruit, en beschrijft vooral welke kaders er al zijn. Voor nieuwe importprojecten gelden strenge regels. 

Het nieuwe richtsnoer adviseert om, daar waar we nieuwe importprojecten verwachten, goed te kijken naar de invloed van deze projecten op de omgeving. Dat geldt ook voor de te verwachten transportbewegingen. Overheden en bedrijven hebben samen een taak om hier op een goede manier mee om te gaan.

Ministeries werken aan richtlijnen voor veiligheid

Om veilig om te gaan met waterstof en waterstofdragers, maakten de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, en Infrastructuur en Waterstaat deze richtsnoeren. Dit is in overleg gedaan met onder andere de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Dit is het 3e richtsnoer; er is al een algemeen richtsnoer voor veilig omgaan met waterstof en een voor pilots met waterstof in gebouwen. De richtsnoeren zijn opgesteld door een interdepartementale werkgroep. RVO ondersteunt de interdepartementale werkgroep, en in sommige gevallen ook specifieke projecten van bedrijven met waterstof en waterstofdragers.

Lees meer …Nieuwe richtlijn voor veilig omgaan met waterstofdragers

  • Raadplegingen: 18

Wet tegemoetkomingen loondomein vervalt met ingang van 1 januari 2025

De Wtl regelt verschillende tegemoetkomingen voor werkgevers om de kosten van arbeid te verlagen en werkgelegenheid te bevorderen. Een van deze tegemoetkomingen is het lage-inkomensvoordeel (hierna: LIV). Deze wet is in het leven geroepen om werkgevers te stimuleren om mensen met een relatief laag inkomen in dienst te nemen of te houden door middel van een financiële tegemoetkoming. 

Het LIV is een financiële tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een salaris tussen 100% en 125% van het minimumloon. De hoogte van het voordeel hangt af van het gemiddelde uurloon van de werknemer en de hoeveelheid verloonde uren. Het doel van het LIV is om werkgelegenheid voor laagbetaalde werknemers te stimuleren en te behouden.

De Wtl wordt afgeschaft vanwege diverse beleidsmatige en financiële overwegingen. De belangrijkste reden voor het afschaffen van het LIV, een van de tegemoetkomingen onder de Wtl, is dat het niet effectief genoeg wordt geacht in het stimuleren van werkgelegenheid voor werknemers met lage inkomens​.

In het coalitieakkoord van Rutte IV is vastgelegd dat het LIV per 1 januari 2025 wordt afgeschaft.

De afschaffing is onderdeel van een bredere herstructurering van tegemoetkomingen, waarbij onder andere het loonkostenvoordeel (LKV) voor oudere werknemers stapsgewijs wordt afgebouwd en andere regelingen worden verruimd om effectiever te zijn​.

Lees meer …Wet tegemoetkomingen loondomein vervalt met ingang van 1 januari 2025

  • Raadplegingen: 7